“Weten wat je nodig hebt om te bewegen”

Hammie Bosma

In Tytsjerksteradiel en Achtkarspelen zijn sinds januari vier dorpenteams actief, twee in elke gemeente. Hammie Bosma leidt deze teams en organiseert ook de scholing. “We hebben vooral gekeken wat we van elkaar konden leren. De Wmo Werkplaats heeft met mooie tips geholpen bij het overbrengen van die kennis in workshops.”

Als manager welzijn bij KEaRN had Hammie Bosma al regelmatig contact met NHL Hogeschool via minoren, stagiaires en ook over Welzijn Nieuwe Stijl. Het was voor haar dan ook vanzelfsprekend ook voor de scholing van de dorpenteams met de hogeschool samen te werken.

Bosma organiseerde samen met Wmo Werkplaats en KEaRN Welzijn drie scholingsbijeenkomsten voor de dorpenteams en de opbouwwerkers van de welzijnsorganisatie samen. Beide gemeenten hebben er bewust voor gekozen het opbouwwerk buiten de dorpenteams te houden, zodat hun innovatiekracht niet te veel wordt beperkt door wet- en regelgeving.

“2016 jaar van de echte transformatie”

“In de dorpenteams zitten MEE consulenten, maatschappelijk werkers, ouderenadviseurs van de welzijnsorganisatie en de Wmo-adviseurs van de gemeenten. De opbouwwerkers in de gemeenten maken geen onderdeel uit van de teams, maar werken wel met hen samen. Hierdoor behouden ze meer vrije (handelings)ruimte”, licht Bosma toe. “Doel is wel dat dorpenteams en opbouwwerk nauw samenwerken, vandaar de gezamenlijke scholing. Doordat de dorpenteams zijn overspoeld met werk, onder andere door de vele herindicaties, is die verbinding tot nu toe nog te weinig gemaakt. 2016 wordt het jaar van de echte transformatie.”

Treetje terug

In wat ze vertelt, klinkt door dat Bosma wel sneller zou willen, maar dat ze ook weet dat verandering tijd kost. “Als we zeggen dat burgers aan zet zijn, wil je de scholing niet beginnen met wetten en regelgeving maar met tools om in te zetten op de zelf- en samenredzaamheid van burgers. De dorpenteams hadden nieuwe kaders nodig om te kunnen herindiceren, helaas bleek kennis van wet- en regelgeving daardoor toch eerst nodig. Dan is duidelijk dat je niet direct mag verwachten dat er anders gewerkt wordt.”

“Welke bril heb je op?”

Die constatering doet geen afbreuk aan haar enthousiasme over wat er wel is bereikt. “Bekend is dat 80 procent van de mensen zichzelf goed redt. 15 procent heeft een lichte vorm van ondersteuning nodig en 5 procent een zwaardere vorm van hulp. Tijdens de eerste bijeenkomst vroegen we aan de deelnemers waar zij in deze piramide denken te staan. ‘Welke bril heb je op?’. Verrassend veel deelnemers zagen zichzelf behoorlijk hoog in de piramide terug. Aan het eind van de bijeenkomst vroegen we het nog een keer. De meesten waren ‘gezakt’ en zagen dat ze een treetje lager veel kunnen doen in preventieve zin.”

T-shape professionals

In de tweede bijeenkomst stond kennis centraal. Om in een dorpsteam te kunnen werken, moeten de teamleden zich ontwikkelen tot wat Bosma T-shape professionals noemt; generalisten met een specifieke expertise. “Aanvankelijk had men het idee dat er veel kennis van buiten nodig zou zijn. Maar wanneer je alle T-tjes naast elkaar zet, zie je hoeveel kennis je zelf in huis hebt. De vraag is of je die wilt delen en van elkaar wilt leren.” Die bereidheid bleek in Tytsjerksteradiel en Achtkarspelen zeker aanwezig.

“Didactische kennis kwam goed van pas”

De deelnemers bedachten achttien workshops waarin zij specifieke kennis konden overdragen. Daarvan werden er negen geselecteerd. Samen met de mensen van Wmo Werkplaats werkten de kennisdragers hun workshop vervolgens uit. “De didactische kennis van NHL Hogeschool kwam goed van pas. Als ‘leek’ heb je de neiging voor een groep te gaan staan en te zenden. Wmo Werkplaats adviseerde interactieve werkvormen te kiezen. Daardoor blijft kennis beter hangen.”

Wederkerigheid

De manier waarop de kennis binnen de dorpsteams is gedeeld, sluit naadloos aan op het vraaggericht werken dat Welzijn Nieuwe Stijl voorstaat. “De dorpsteams moeten er in hun contacten met burgers ook van uitgaan dat de burger aangeeft wat hij nodig heeft om te kunnen bewegen. Dat is ook precies de vraag die wij tijdens de bijeenkomsten aan elkaar stelden. Ik ben ervan overtuigd dat als je dat zelf zo doet, je het ook naar buiten uitdraagt. Er ontstaat wederkerigheid. De vraag is niet alleen ‘Wat heeft u nodig?’, maar ook ‘Wat kunt u voor de ander betekenen?’.”

“Wat kunt u voor de ander betekenen?”

Van transitie naar transformatie. Dat laatste ziet Bosma nu nog niet gerealiseerd. Vooral doordat wetten en kaders een echte ombuiging nog behoorlijk in de weg zitten. “Gebieds- en vraaggericht werken kan alleen wanneer je onder andere op casusniveau out of the box in oplossingen mag denken. Dé vraag is of de gemeenten daarin mee willen gaan. Hoeveel lef hebben ze?”

Wereld te winnen

Bij een optimale samenwerking tussen alle partijen, kan er nog een wereld worden gewonnen, aldus Bosma. “Als we verbindingen kunnen leggen, kunnen we nog beter de vraag achter de vraag achterhalen en ook vragen koppelen.” Burgers doen dat volgens haar al lang. “Er zijn zo veel mooie burgerinitiatieven, zonder bemoeienis van professionals. Het zou mooi zijn als we de structuur uiteindelijk kunnen omdraaien. Dat wij als professionals aansluiten op die burgerinitiatieven in plaats van zij bij ons. Dan heb je het echt over de burger aan zet en daarmee het gebruik van burgerkracht.”

Gebiedsgericht werken

“Weten wat je nodig hebt om te bewegen”

Hammie Bosma

In Tytsjerksteradiel en Achtkarspelen zijn sinds januari vier dorpenteams actief, twee in elke gemeente. Hammie Bosma leidt deze teams en organiseert ook de scholing. “We hebben vooral gekeken wat we van elkaar konden leren. De Wmo Werkplaats heeft met mooie tips geholpen bij het overbrengen van die kennis in workshops.”

Als manager welzijn bij KEaRN had Hammie Bosma al regelmatig contact met NHL Hogeschool via minoren, stagiaires en ook over Welzijn Nieuwe Stijl. Het was voor haar dan ook vanzelfsprekend ook voor de scholing van de dorpenteams met de hogeschool samen te werken.

Bosma organiseerde samen met Wmo Werkplaats en KEaRN Welzijn drie scholingsbijeenkomsten voor de dorpenteams en de opbouwwerkers van de welzijnsorganisatie samen. Beide gemeenten hebben er bewust voor gekozen het opbouwwerk buiten de dorpenteams te houden, zodat hun innovatiekracht niet te veel wordt beperkt door wet- en regelgeving.

“2016 jaar van de echte transformatie”

“In de dorpenteams zitten MEE consulenten, maatschappelijk werkers, ouderenadviseurs van de welzijnsorganisatie en de Wmo-adviseurs van de gemeenten. De opbouwwerkers in de gemeenten maken geen onderdeel uit van de teams, maar werken wel met hen samen. Hierdoor behouden ze meer vrije (handelings)ruimte”, licht Bosma toe. “Doel is wel dat dorpenteams en opbouwwerk nauw samenwerken, vandaar de gezamenlijke scholing. Doordat de dorpenteams zijn overspoeld met werk, onder andere door de vele herindicaties, is die verbinding tot nu toe nog te weinig gemaakt. 2016 wordt het jaar van de echte transformatie.”

Treetje terug

In wat ze vertelt, klinkt door dat Bosma wel sneller zou willen, maar dat ze ook weet dat verandering tijd kost. “Als we zeggen dat burgers aan zet zijn, wil je de scholing niet beginnen met wetten en regelgeving maar met tools om in te zetten op de zelf- en samenredzaamheid van burgers. De dorpenteams hadden nieuwe kaders nodig om te kunnen herindiceren, helaas bleek kennis van wet- en regelgeving daardoor toch eerst nodig. Dan is duidelijk dat je niet direct mag verwachten dat er anders gewerkt wordt.”

“Welke bril heb je op?”

Die constatering doet geen afbreuk aan haar enthousiasme over wat er wel is bereikt. “Bekend is dat 80 procent van de mensen zichzelf goed redt. 15 procent heeft een lichte vorm van ondersteuning nodig en 5 procent een zwaardere vorm van hulp. Tijdens de eerste bijeenkomst vroegen we aan de deelnemers waar zij in deze piramide denken te staan. ‘Welke bril heb je op?’. Verrassend veel deelnemers zagen zichzelf behoorlijk hoog in de piramide terug. Aan het eind van de bijeenkomst vroegen we het nog een keer. De meesten waren ‘gezakt’ en zagen dat ze een treetje lager veel kunnen doen in preventieve zin.”

T-shape professionals

In de tweede bijeenkomst stond kennis centraal. Om in een dorpsteam te kunnen werken, moeten de teamleden zich ontwikkelen tot wat Bosma T-shape professionals noemt; generalisten met een specifieke expertise. “Aanvankelijk had men het idee dat er veel kennis van buiten nodig zou zijn. Maar wanneer je alle T-tjes naast elkaar zet, zie je hoeveel kennis je zelf in huis hebt. De vraag is of je die wilt delen en van elkaar wilt leren.” Die bereidheid bleek in Tytsjerksteradiel en Achtkarspelen zeker aanwezig.

“Didactische kennis kwam goed van pas”

De deelnemers bedachten achttien workshops waarin zij specifieke kennis konden overdragen. Daarvan werden er negen geselecteerd. Samen met de mensen van Wmo Werkplaats werkten de kennisdragers hun workshop vervolgens uit. “De didactische kennis van NHL Hogeschool kwam goed van pas. Als ‘leek’ heb je de neiging voor een groep te gaan staan en te zenden. Wmo Werkplaats adviseerde interactieve werkvormen te kiezen. Daardoor blijft kennis beter hangen.”

Wederkerigheid

De manier waarop de kennis binnen de dorpsteams is gedeeld, sluit naadloos aan op het vraaggericht werken dat Welzijn Nieuwe Stijl voorstaat. “De dorpsteams moeten er in hun contacten met burgers ook van uitgaan dat de burger aangeeft wat hij nodig heeft om te kunnen bewegen. Dat is ook precies de vraag die wij tijdens de bijeenkomsten aan elkaar stelden. Ik ben ervan overtuigd dat als je dat zelf zo doet, je het ook naar buiten uitdraagt. Er ontstaat wederkerigheid. De vraag is niet alleen ‘Wat heeft u nodig?’, maar ook ‘Wat kunt u voor de ander betekenen?’.”

“Wat kunt u voor de ander betekenen?”

Van transitie naar transformatie. Dat laatste ziet Bosma nu nog niet gerealiseerd. Vooral doordat wetten en kaders een echte ombuiging nog behoorlijk in de weg zitten. “Gebieds- en vraaggericht werken kan alleen wanneer je onder andere op casusniveau out of the box in oplossingen mag denken. Dé vraag is of de gemeenten daarin mee willen gaan. Hoeveel lef hebben ze?”

Wereld te winnen

Bij een optimale samenwerking tussen alle partijen, kan er nog een wereld worden gewonnen, aldus Bosma. “Als we verbindingen kunnen leggen, kunnen we nog beter de vraag achter de vraag achterhalen en ook vragen koppelen.” Burgers doen dat volgens haar al lang. “Er zijn zo veel mooie burgerinitiatieven, zonder bemoeienis van professionals. Het zou mooi zijn als we de structuur uiteindelijk kunnen omdraaien. Dat wij als professionals aansluiten op die burgerinitiatieven in plaats van zij bij ons. Dan heb je het echt over de burger aan zet en daarmee het gebruik van burgerkracht.”