Wie bezit welke kennis

De Fryske Marren

De sociale wijkteams in de gemeente De Fryske Marren zijn sinds september 2014 officieel een feit. Mede dankzij de inzet van Wmo Werkplaats Friesland werken de verschillende professionals binnen de teams inmiddels goed samen. Ze weten precies bij welke collega ze moeten zijn met een bepaalde vraag en kunnen cliënten hierdoor beter van dienst zijn.

Inwoners van de gemeente De Fryske Marren die een vraag hebben over zorg, werk en welzijn hoeven maar één telefoonnummer te bellen. Achter dat nummer gaan vele tientallen professionals schuil. Allereerst de specialistische medewerkers Zorg van het Klanten Contact Centrum (KCC) die mensen telefonisch proberen te helpen. Dat lukt in ongeveer de helft van de gevallen. Vragen waar het KCC geen antwoord op heeft, komen bij de sociale wijkteams terecht. De teamleden gaan dan bij de hulpvrager op bezoek.

Voor inwoners van de gemeente is het dus een heel eenduidig verhaal: één telefoonnummer en één mailadres voor alle vragen. Achter de schermen is alles zo georganiseerd dat de vragen bij de juiste persoon terechtkomen en worden opgelost, zonder dat men het gevoel heeft van het kastje naar de muur te worden gestuurd. Wiepke Popkema, afdelingshoofd publiekszaken bij de gemeente De Fryske Marren, heeft de sociale wijkteams zien worden tot wat ze nu zijn. De wijkteams vallen onder zijn afdeling omdat de medewerkers via de huisbezoeken veel contact hebben met de inwoners.

Behoefte aan kennis

“In 2012 zijn we gestart”, blikt Wiepke terug. “Een jaar later was het eerste sociale wijkteam een feit. Dat was een pilot. We wilden dat alle vier wijkteams vanaf de zomer van 2014 operationeel zouden zijn. Dat is ons gelukt. Een belangrijke vraag die we gedurende de opbouwfase hadden was: wat moeten de mensen binnen de teams kennen en kunnen? We hebben toen via Wmo Werkplaats Friesland de NHL Hogeschool geraadpleegd over hoe we de mensen kunnen trainen voor het werk dat op hen afkomt.”

“Wat moeten mensen kennen en kunnen?”

logo het begint in de buurtDe ingeschakelde docenten en trainers gingen vervolgens met de teamleden om tafel om boven water te krijgen waar ze precies behoefte aan hadden. Dat was vooral kennis. Elk teamlid heeft zijn eigen specialisme. De één op het gebied van jeugdhulp, de ander op het gebied van opbouwwerk, zorg of financiën. “De kennis was aanwezig, maar wel verspreid over de teams”, vertelt Wiepke. “Daarom zijn we in 2014 gestart met kenniscafés. Teamleden konden zich tijdens deze bijeenkomsten voorstellen en uitleggen wat hun specialisaties zijn. En met welke vragen hun collega-teamleden bij hen terecht kunnen.”

Ondersteunende rol

Carla Swart is coördinator van de sociale wijkteams zorg en participatie in Balk en Sint Nicolaasga. Zij vormt een brug tussen de gemeente en de twee wijkteams. In die rol had ze veel contact met de mensen van Wmo Werkplaats. “Ze dachten mee over hoe we de kenniscafés het best konden invullen. Ze hielpen bij het opstarten en hadden daarbij vooral een ondersteunende rol. Ze gaven ook sturing tijdens de discussies die plaatsvonden tijdens de kenniscafés en organiseerden de informele afsluiting van de bijeenkomsten.”

“Je steekt het nodige van elkaar op”

Volgens Carla kwam deze manier van kennis uitwisselen de samenwerking tussen de verschillende wijkteams ten goede. “Er ontstaat een band, je steekt het nodige van elkaar op en weet wie waarin is gespecialiseerd. Teamleden worden dan ook vaker gebeld door collega’s. Belangrijk is ook dat de medewerkers van de wijkteams beter beslagen ten ijs komen en zelfverzekerder werden. Ze weten dat ze niet alles hoeven te weten. Belangrijkste is dat ze de vraag van cliënten boven tafel krijgen. Hebben ze zelf geen antwoord, dan weten ze bij wie ze moeten zijn.”

Ook Wiepke heeft ervaren dat de kenniscafés een positieve bijdrage leverden aan de professionalisering. “Natuurlijk droegen meer factoren hieraan bij. Maar alles wat helpt om de sociale wijkteams zo goed mogelijk te laten functioneren, is waardevol.”

Prettige samenwerking

Zowel Wiepke als Carla zijn tevreden over samenwerking. “We hebben veel opgestoken. Bovendien waren onze contactpersonen goed bereikbaar. Dat werkte erg plezierig.”

Het laatste, samen georganiseerde, kenniscafé vond inmiddels plaats. De samenwerking wordt voortgezet, maar waarschijnlijk in een iets andere vorm. “Vlak voor de officiële start van de sociale wijkteams deed Wmo Werkplaats een nulmeting via een enquête onder de medewerkers van de teams. Onlangs volgde een tweede peiling. De uitslag krijgen we binnenkort. Op basis daarvan gaan we kijken hoe we samen verder gaan”, aldus Wiepke.

Samenwerking in iets andere vorm voortgezet

Tot slot hebben ze nog wel een paar suggesties voor een vervolg. “We zijn benieuwd naar de ervaringen en aanpak elders in het land. Daar kunnen we misschien ons voordeel mee doen”, oppert Wiepke. Carla voegt daar aan toe dat wellicht ook de coördinatoren nog enige ondersteuning kunnen gebruiken.

Gebiedsgericht werken

Wie bezit welke kennis

De Fryske Marren

De sociale wijkteams in de gemeente De Fryske Marren zijn sinds september 2014 officieel een feit. Mede dankzij de inzet van Wmo Werkplaats Friesland werken de verschillende professionals binnen de teams inmiddels goed samen. Ze weten precies bij welke collega ze moeten zijn met een bepaalde vraag en kunnen cliënten hierdoor beter van dienst zijn.

Inwoners van de gemeente De Fryske Marren die een vraag hebben over zorg, werk en welzijn hoeven maar één telefoonnummer te bellen. Achter dat nummer gaan vele tientallen professionals schuil. Allereerst de specialistische medewerkers Zorg van het Klanten Contact Centrum (KCC) die mensen telefonisch proberen te helpen. Dat lukt in ongeveer de helft van de gevallen. Vragen waar het KCC geen antwoord op heeft, komen bij de sociale wijkteams terecht. De teamleden gaan dan bij de hulpvrager op bezoek.

Voor inwoners van de gemeente is het dus een heel eenduidig verhaal: één telefoonnummer en één mailadres voor alle vragen. Achter de schermen is alles zo georganiseerd dat de vragen bij de juiste persoon terechtkomen en worden opgelost, zonder dat men het gevoel heeft van het kastje naar de muur te worden gestuurd. Wiepke Popkema, afdelingshoofd publiekszaken bij de gemeente De Fryske Marren, heeft de sociale wijkteams zien worden tot wat ze nu zijn. De wijkteams vallen onder zijn afdeling omdat de medewerkers via de huisbezoeken veel contact hebben met de inwoners.

Behoefte aan kennis

“In 2012 zijn we gestart”, blikt Wiepke terug. “Een jaar later was het eerste sociale wijkteam een feit. Dat was een pilot. We wilden dat alle vier wijkteams vanaf de zomer van 2014 operationeel zouden zijn. Dat is ons gelukt. Een belangrijke vraag die we gedurende de opbouwfase hadden was: wat moeten de mensen binnen de teams kennen en kunnen? We hebben toen via Wmo Werkplaats Friesland de NHL Hogeschool geraadpleegd over hoe we de mensen kunnen trainen voor het werk dat op hen afkomt.”

“Wat moeten mensen kennen en kunnen?”

logo het begint in de buurtDe ingeschakelde docenten en trainers gingen vervolgens met de teamleden om tafel om boven water te krijgen waar ze precies behoefte aan hadden. Dat was vooral kennis. Elk teamlid heeft zijn eigen specialisme. De één op het gebied van jeugdhulp, de ander op het gebied van opbouwwerk, zorg of financiën. “De kennis was aanwezig, maar wel verspreid over de teams”, vertelt Wiepke. “Daarom zijn we in 2014 gestart met kenniscafés. Teamleden konden zich tijdens deze bijeenkomsten voorstellen en uitleggen wat hun specialisaties zijn. En met welke vragen hun collega-teamleden bij hen terecht kunnen.”

Ondersteunende rol

Carla Swart is coördinator van de sociale wijkteams zorg en participatie in Balk en Sint Nicolaasga. Zij vormt een brug tussen de gemeente en de twee wijkteams. In die rol had ze veel contact met de mensen van Wmo Werkplaats. “Ze dachten mee over hoe we de kenniscafés het best konden invullen. Ze hielpen bij het opstarten en hadden daarbij vooral een ondersteunende rol. Ze gaven ook sturing tijdens de discussies die plaatsvonden tijdens de kenniscafés en organiseerden de informele afsluiting van de bijeenkomsten.”

“Je steekt het nodige van elkaar op”

Volgens Carla kwam deze manier van kennis uitwisselen de samenwerking tussen de verschillende wijkteams ten goede. “Er ontstaat een band, je steekt het nodige van elkaar op en weet wie waarin is gespecialiseerd. Teamleden worden dan ook vaker gebeld door collega’s. Belangrijk is ook dat de medewerkers van de wijkteams beter beslagen ten ijs komen en zelfverzekerder werden. Ze weten dat ze niet alles hoeven te weten. Belangrijkste is dat ze de vraag van cliënten boven tafel krijgen. Hebben ze zelf geen antwoord, dan weten ze bij wie ze moeten zijn.”

Ook Wiepke heeft ervaren dat de kenniscafés een positieve bijdrage leverden aan de professionalisering. “Natuurlijk droegen meer factoren hieraan bij. Maar alles wat helpt om de sociale wijkteams zo goed mogelijk te laten functioneren, is waardevol.”

Prettige samenwerking

Zowel Wiepke als Carla zijn tevreden over samenwerking. “We hebben veel opgestoken. Bovendien waren onze contactpersonen goed bereikbaar. Dat werkte erg plezierig.”

Het laatste, samen georganiseerde, kenniscafé vond inmiddels plaats. De samenwerking wordt voortgezet, maar waarschijnlijk in een iets andere vorm. “Vlak voor de officiële start van de sociale wijkteams deed Wmo Werkplaats een nulmeting via een enquête onder de medewerkers van de teams. Onlangs volgde een tweede peiling. De uitslag krijgen we binnenkort. Op basis daarvan gaan we kijken hoe we samen verder gaan”, aldus Wiepke.

Samenwerking in iets andere vorm voortgezet

Tot slot hebben ze nog wel een paar suggesties voor een vervolg. “We zijn benieuwd naar de ervaringen en aanpak elders in het land. Daar kunnen we misschien ons voordeel mee doen”, oppert Wiepke. Carla voegt daar aan toe dat wellicht ook de coördinatoren nog enige ondersteuning kunnen gebruiken.